03/03/2025
De AMOC, de Atlantic Meridional Overturning Circulation, bij het grote publiek bekend staande als de warme golfstroom, is sinds kort hernieuwd in de belangstelling komen te staan. Verscheidene vooraanstaande klimaatwetenschappers waarschuwen ervoor dat deze warmtebron voor Europa binnen deze of anders wel de volgende eeuw stil zou kunnen gaan vallen. Dat zou een ernstige afkoeling voor Noordwest-Europa tot gevolg kunnen hebben.
De AMOC is van onschatbare waarde voor de klimaatstabiliteit van West-Europa. Het warmtetransport van deze oceaanstroming is vijftig keer zo hoog als het menselijk energieverbruik wereldwijd. De thermische equator ligt hierdoor tien graden noordelijk van de evenaar, en het noordelijk halfrond is 1,4 graad warmer dan het zuidelijk. De warmte van de AMOC reikt helemaal tot aan de Noordelijke IJszee, diens kracht bedraagt 15-20 sverdrups (miljoen kubieke meter per seconde). Sinds het einde van de laatste IJstijd, 11.700 jaar geleden (BP), onderhoudt de AMOC een relatief stabiele warmtestroom naar ons continent.
Ondertussen is de luchtkwaliteit echter aanmerkelijk verbeterd. De schonere lucht tegenwoordig brengt niet alleen meer zonneschijn, maar heeft ook een verzwakking van de AMOC tot gevolg.
De kracht van de thermohaliene circulatie is voor een groot deel afhankelijk van het zoutgehalte, zoals de Amerikaan Henry Stommel al in 1961 stelde. Door smelt van het landijs en regenval in en om de Noordelijke Atlantische Oceaan kan het zoutgehalte afnemen. In het bijzonder is daarvoor de regio relevant waar de AMOC kantelt. Het sterkst is dit het geval ten zuiden van Groenland. Het zoutgehalte aldaar maar ook de zeewatertemperatuur zijn sterke indicatoren voor de kracht van de AMOC. Van dit soort indirecte aanwijzingen zijn we afhankelijk voor informatie over periodes waar geen directe metingen van de AMOC beschikbaar zijn. Een in het oog springende en tegelijk voor de hand liggende indicator is de oppervlaktetemperatuur van het zeewater in de mengzone. Sinds 1993 zien we een sterke afkoeling. Die staat bekend als de ‘Cold Blob’, en kan experimenteel teruggevoerd worden op toenemende CO2 in de atmosfeer. Andere aanwijzingen voor een verzwakkende AMOC zijn:
• Minder zout water in de mengzone,
• Zouter water in de zuidelijke Atlantische Oceaan,
• Hogere zeespiegel en hoger zoutgehalte oost van VS,
• Golfstroom dichter bij de kust van de VS,
• Minder uitstroom Florida Strait,
• Warmer water dicht langs de oosten zuidkust Groenland.
Sinds de aanvang van deze eeuw hebben we ook de beschikking over directe metingen, middels het zogenaamde Rapid-project.
De RAPID-AMOC array van stations heeft sinds 2004 continue metingen verzameld van het zoutgehalte en de snelheid van de zeestromingen nabij het zeeoppervlak in de Atlantische Oceaan op 26°NB (Smeed et al, 2018).
Het resultaat van die metingen laten een duidelijke afname zien sinds 2005 en een minimum rond 2010 en 2012. Daarna een lichte stijging. De sterkte van de AMOC kan ook afgelezen worden aan de kracht van het Atlantische meridionale warmtetransport binnen één kilometer diepte. Dan zien we een kantelpunt eind negentiger jaren van de vorige eeuw. Rond 2012 een dieptepunt, vergelijkbaar met de uitkomsten van het Rapid-project. De meest recente jaren vormen eveneens een dieptepunt.
De consequenties van afname vande AMOC voor weer en klimaat zijn niet eenvoudig herleidbaar omdat
veel andere factoren eveneens een rol spelen. Eerder noemden we het vulkanisme en de luchtvervuiling. Daar komen schommelingen in de kracht van de ENSO bij (een krachtige El Niño versterkt de opwarming), evenals de toegenomen CO2 in de atmosfeer. De laatste is voor een belangrijk deel verantwoordelijk voor de wereldwijde klimaatopwarming.
De AMOC echter beïnvloedt in de eerste plaats het Europese klimaat, en we constateerden al dat dat sinds eind jaren tachtig van de vorige eeuw aanmerkelijk zachter is geworden. Meer hittegolven en minder koudegolven bijvoorbeeld. Tussen 2009 en 2013 echter stagneerde de opwarming, maar sindsdien is het opnieuw zachter geworden. De verzachting is voor een belangrijk deel terug te voeren op een sterker wordende Atlantisch klimaat. Daarin de anomalieën van de geopotentiaal op 500 hPa in de wintermaanden. Links de koudere periode 2009-2013, daarna hetzelfde van 2014-2024, de meest recente warme periode. In die laatste periode komt de Cold Blob weer tevoorschijn. In eerste instantie leidt die vanwege de versterking van het IJslandlaag tot een opwarming van het klimaat. Zachtere winters met een krachtiger westcirculatie en warmere zomers. Pas als de kou rond IJsland zich mocht gaan vermeerderen, wordt het in een groter gebied koud. Tijdelijk hebben we dat meegemaakt in de jaren 2009-2013, met hun relatief koude en vaak sneeuwrijke winters en de wat minder warme zomers.
Het stilvallen van de AMOC kan gezien worden als een van de kantelpunten die kunnen gaan optreden. De meeste modelstudies betreffende de AMOC rekenen met CO2-emissies van het pre-industriële tijdperk en kijken niet ver vooruit. Negen modellen echter rekenen op langere termijn, en met hoge emissies komen ze allemaal met een instorting van de AMOC tegen het einde maar meer nog in de volgende eeuw. Maar zelfs met matige of lage emissies kan de AMOC al stilvallen. Deze uitkom sten zijn des te zorgelijker omdat de modellen over het algemeen de stabiliteit van de AMOC overschatten. We moeten er bij deze modellen al met al rekening mee houden dat het kantelpunt ergens in de eerste helft van deze eeuw komt te liggen. Professor Rahmstorf, autoriteit op het gebied van de AMOC vat bij een presentatie afgelopen herfst voor ‘The NordicCounsel of Ministers’ de huidige toestand als volgt samen:
Schadelijke omslagpunten in de natuurlijke wereld vormen enkele van de ernstigste bedreigingen waarmee de mensheid wordt geconfronteerd. Het op gang brengen ervan zal de levensondersteunende systemen van onze planeet ernstig beschadigen en de stabiliteit van onze samenlevingen bedreigen.
Bron: Weerspiegel-2 2025
|